Academische vaardigheden en innovatievermogen: voorspellers voor een baan

Een analyse van het ROA Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (Universiteit van Maastricht) op basis van data uit de HBO monitor bevestigt het (risico mijdende) gedrag van werkgevers als het gaat om het aannemen van nieuwe werknemers. NIDAP onderzoekt de opleidingsbehoefte van werkenden en werkgevers en maakt voor haar analyses ook regelmatig gebruik van de HBO monitor.

Vakkennis loont
Zowel vanuit het perspectief van werkgevers als volgens afgestudeerden blijkt een goed niveau van vakkennis zeer belangrijk. Van alle competenties blijkt dit de belangrijkste voorspeller voor het hebben van werk dat goed bij het niveau en de richting van de HBO opleiding past één tot twee jaar na afstuderen. Het is dan ook geen verrassing dat professionele expertise dé competentie is waarvoor over de hele linie werkgevers zelf de sterkste voorkeur tonen. Werkgevers willen voorkomen dat ze iemand in huis halen met een laag niveau aan vakkennis en –vaardigheden, en hechten bovendien veel waarde aan het aannemen van afgestudeerden die op dit punt als excellent te bestempelen zijn.

Een goede een mix van competenties loont ook
De voorkeur van werkgevers voor een hoog niveau aan vakkennis betekent niet dat andere competenties er helemaal niet toedoen voor arbeidsmarktsucces. Ook meer generieke competenties zoals algemene academische vaardigheden, sociale vaardigheden, commerciële vaardigheden en innovatievermogen zijn belangrijk voor een succesvolle arbeidsmarkt intrede. Interessant hierbij is dat afgestudeerden en werkgevers van mening verschillen voor wat betreft welke generieke competenties belangrijk zijn.

Academische vaardigheden en innovatievermogen: voorspellers voor een baan

Uit de HBO-Monitor komt naar voren dat vooral competenties zoals academische vaardigheden en innovatievermogen voorspellend zijn voor werk binnen het eigen kerndomein. Hoewel werkgevers ook aangeven deze competenties te waarderen, blijken zij een veel sterkere voorkeur te hebben voor sociale en commerciële vaardigheden. Deze vaardigheden lijken echter niet of nauwelijks samen te hangen met de kans dat afgestudeerden werk vinden binnen hun eigen kerndomein. Dit verschil ligt vermoedelijk vooral aan een verschil in perspectief tussen afgestudeerden en werkgevers.

Bekendheid met opleidingsprogramma’s is laag

Werkgevers lijken nauwelijks onderscheid te maken tussen HBO-bachelors en HBO-ad programma’s, of tussen WO-bachelors en WO-masters. Ad-programma’s blijken erg weinig bekendheid te genieten onder werkgevers, en werkgevers die aangeven van zulke programma’s wél te hebben gehoord, blijken geen duidelijk beeld te hebben van wat ze feitelijk inhouden. Ook excellentieprogramma’s blijken nauwelijks bekend of gewaardeerd te zijn. Deze situatie lijkt niet bevorderend te zijn voor een soepele transitie van het hoger onderwijs naar de arbeidsmarkt, of voor de aansluiting tussen de competenties die ze zoeken en de competenties waarover afgestudeerden beschikken. Dat wil niet zeggen dat de kennis en vaardigheden in bijvoorbeeld een HBO-ad programma, of in een excellentieprogramma op HBO- of WO-niveau, voor alle werkgevers niet interessant hoeven te zijn. Maar studiekiezers die overwegen een dergelijk programma te volgen, hebben een legitiem belang bij de vraag of er een reële vraag is naar deze kwalificaties op de arbeidsmarkt, al is dit alleen in de vorm van een niche-marktsegment.

“Lemons” vermijden en werkervaring is groot voordeel

Werkgevers zijn meer gericht op het weren van sollicitanten die onder de maat zijn (in de economische literatuur “lemons” genoemd), dan op het aantrekken van excellente werknemers. Dit is consistent met de economische wet van de afnemende meeropbrengsten: voorbij een bepaald punt moet steeds meer van een bepaalde productiefactor worden toegevoegd on eenzelfde stijging van de productie te realiseren. Als een werkgever bijvoorbeeld kan kiezen tussen een aantal kandidaten die allemaal een gemiddeld eindcijfer van 7 of meer hebben, zal hij/zij eerder kiezen voor een kandidaat met een eindcijfer van precies 7 met een half jaar relevante werkervaring, dan voor een kandidaat met een eindcijfer van 8 maar geen werkervaring. Iets vergelijkbaar geldt ook voor competenties: werkgevers zullen eerder de voorkeur geven aan een afgestudeerde met een gemiddeld niveau van vakkennis én academische vaardig-
heden, boven een afgestudeerde die uitblinkt in termen van academische vaardigeden maar onder de maat is in termen van vakkennis. Dit is ook te begrijpen in termen van de schade die een werknemer zou kunnen aanrichten wanneer die ernstig tekort schiet op een bepaalde kwalificatie of competentie. Zo kan een afgestudeerde met een hoog eindcijfer erg slim zijn, maar als die geen werkervaring heeft is nog niet bewezen dat die in staat is om deze intelligentie om te zetten in productieve arbeid.

Bron:  WAT VERWACHTEN WERKGEVERS VAN HBO AFGESTUDEERDEN? ROA-R 2016/1 Jim Allen, Christoph Meng, Rolf van der Velden

No Comments Yet.

Leave a comment